ARNHEM - De rechtbank veroordeelt een 34-jarige man voor brandstichting in een pand in Lunteren. Door de brand ontstond grote schade. Ook er was levensgevaar voor personen. Op de eerste verdieping van het pand bevond zich een woonlocatie voor arbeidsmigranten. De veroordeelde man was een van de bewoners. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 30 maanden.


Op 19 juni 2025 brak er brand uit in een slaapkamer op de eerste verdieping van een pand in het centrum van Lunteren. De brand breidde zich snel uit. Het pand raakte daardoor zwaar beschadigd. Hoewel er wel meerdere mensen aanwezig waren, raakte er niemand ernstig gewond.

Man stak brand aan

Uit de getuigenverklaringen en enkele geluidsfragmenten bleek dat de 34-jarige al eerder dreigde om brand te stichten, kort voordat de brand op zijn kamer ontdekt werd. Op één van de geluidsfragmenten - die werd op genomen tijdens de brand - is te horen dat de man zegt hij dat hij het vuur heeft aangestoken. Tijdens de zitting en bij de politie ontkende de man de brandstichting. De rechtbank oordeelt dat er genoeg bewijs in het dossier is dat de man de brand opzettelijk aanstak.

Geen verantwoordelijkheid genomen

De brand veroorzaakte – naast levensgevaar - vele tonnen aan schade. De man neemt daar geen verantwoordelijkheid voor. Wel is gebleken dat de man na het ontstaan van de brand alle moeite nam om de schade te beperken. Zo probeerde hij het vuur te blussen en waarschuwde hij zijn medebewoners.

Uit het strafblad van de man blijkt dat hij niet eerder voor een vergelijkbaar geval is veroordeeld. Desondanks oordeelt de rechtbank dat geen andere straf dan een lange gevangenisstraf passend is. Daarbij kijkt ze onder andere naar de gevolgen en de hoogte van de schade. De rechtbank veroordeelt de man daarom tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Deze straf is geheel onvoorwaardelijk, omdat de reclassering heeft geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Schadevergoeding

De eigenaar van het pand vroeg om een vergoeding voor de schade die hij niet van zijn verzekeraar uitgekeerd had gekregen. Dat ging met name over de btw van de herstelkosten. Dat deel van de schadevordering hoeft de man vooralsnog niet te betalen. Om te onderzoeken of de eigenaar naast de verzekeringsuitkering nog recht had op een schadevergoeding zou een te grote belasting voor het strafproces opleveren. De benadeelde partij kan deze schade later via de burgerlijke rechter vorderen. Wel moet de man een schadevergoeding betalen van 422,75 euro aan de benadeelde partij.