WAGENINGEN - De rechtbank veroordeelt een 23-jarige man uit Cappelle aan den IJssel en een 20-jarige vrouw uit Rotterdam voor een bomaanslag bij een café in Wageningen. De rechtbank legt aan de man een gevangenisstraf van 24 maanden op waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De vrouw krijgt een jeugddetentie voor de duur van 11 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk. Daarnaast legt de rechtbank haar een leerstraf van 40 uur op.

Op 13 maart 2026 vond een explosie plaats bij een café in Wageningen. De explosie veroorzaakte schade aan de deur en hal van het café. Er was een zogenaamde cobra 6 met een fles benzine geplaatst en aangestoken door de vrouw uit Rotterdam. Van de explosie maakte zij een filmpje. De man uit Cappelle aan de IJssel haalde haar op en bracht haar naar Wageningen. Na de explosie bracht de man haar terug. Beide handelden in opdracht van een onbekend gebleven persoon. Via een groepschat werden zij geïnstrueerd en hielden zij de opdrachtgever op de hoogte.

De rechtbank vindt bewezen dat het duo samen met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht, terwijl daarvan gevaar voor goederen te duchten was. Dat de vrouw onder druk is overgegaan tot het bewezenverklaarde feit, zoals zij stelde, is niets gebleken en dat acht de rechtbank dan ook niet aannemelijk.

Vrijspraak van onder andere levensgevaar

De rechtbank spreekt het duo vrij van de verdenking ‘levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander’. In het dossier zit onvoldoende informatie over (de kracht van) het middel waarmee de explosie is veroorzaakt om iets te kunnen zeggen over de aanmerkelijke kans op levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.

Deels voorwaardelijke celstraf

De rechtbank legt aan de man een celstraf van 24 maanden op waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Voor het voorwaardelijke strafdeel geldt een proeftijd van 3 jaar en hieraan verbindt de rechtbank de voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd, namelijk een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan diagnostiek en een ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer in deze zaak en zijn gezinsleden, een locatieverbod voor de gemeente Wageningen en/of Rhenen met elektronische monitoring, een locatiegebod voor het verblijfadres van de man met elektronische monitoring, meewerken aan dagbesteding en meewerken aan schuldhulpverlening.

Jeugdstrafrecht

De reclassering stelde een rapport over de vrouw uit Rotterdam op en ziet aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechtbank neemt dit advies over. Aan het voorwaardelijke strafdeel wordt een proeftijd van 2 jaar verbonden en bijzondere voorwaarden. De voorwaarden bestaan uit een meldplicht, verblijven bij begeleid wonen, een contactverbod met de medeverdachte, meewerken aan dagbesteding, meewerken aan hulpverlening en meewerken aan diagnostiek en een eventuele behandeling die daaruit voortvloeit. Verder legt de rechtbank aan de vrouw een leerstraf van 40 uur op.

Signaal afgeven

De straf voor de vrouw uit Rotterdam wijkt af van de eis van de officier van justitie. Hij eiste naast een voorwaardelijke straf de oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest (15 dagen) plus een leerstraf van 40 uur en een taakstraf van 80 uur. De rechtbank vindt dat dit geen recht doet aan de ernst van het delict. Volgens de rechtbank valt het aan de maatschappij niet uit te leggen dat een verdachte, die in opdracht of op verzoek van een ander een vuurwerkbom laat exploderen bij een pand op de openbare weg - waarbij in dit geval slechts gevaar is veroorzaakt voor goederen maar waar het vele malen slechter had kunnen uitpakken - een zeer beperkte jeugddetentie krijgt opgelegd. Het gemak waarmee jonge verdachten overgaan tot zeer ernstige feiten baart de rechtbank ernstig zorgen. Door het opleggen van de genoemde straf aan de vrouw wil de rechtbank dan ook een signaal afgeven.

Schadevergoeding

De eigenaar van het café en zijn zoon hebben vorderingen tot het verkrijgen van schadevergoeding ingediend. De rechtbank wijst aan de eigenaar 2 duizend euro aan smartengeld toe. Hij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vindt dat als de eigenaar van het café in de gelegenheid wordt gesteld tot een nadere onderbouwing van de vordering, dat een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Hij kan dat deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen. De zoon van de café-eigenaar wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Ook hij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.